​Anouk in gesprek met Rebekka Wormann over Drie Zusters

/

Deze week zou de Toneelschuur Productie Drie Zusters van Eline Arbo schitteren op ons toneel. De moderne bewerking van deze Tsjechov klassieker laat vanwege we weten allemaal wat nog even op zich wachten. Rebekka Wormann, verantwoordelijk voor de kostumering, weet ons moeiteloos duidelijk te maken waarom het lange wachten op deze nieuwe productie het dubbel en dwars waard zal zijn. Het belooft wederom een groot, humoristisch en politiek betrokken spektakel te worden. Tot die tijd weet Rebekka ons warm te houden met positieve woorden over de liefde voor haar vak in het algemeen en Drie Zusters in het bijzonder.  

Rebekka, zou je kunnen beginnen jezelf aan ons voor te stellen? Wat houden jouw werkzaamheden precies in?

Ja, zeker. Ik ben dus Rebekka Wormann, verantwoordelijk voor de kostuums voor Drie Zusters. Dus ik denk dat dat in de basis betekent dat ik iedereen aankleed. Zorgen dat niet iedereen in zijn onderbroek komt te staan. Maar daarnaast gaat het vooral om de vraag ‘hoe kun je daarmee een verhaal vertellen?’ Voor theater betekent dat dus niet dat iets er mooi uit ziet, maar vooral ‘wat betekent deze kleding voor het personage? ‘Hoe versterk je een personage in de rol die hij gaat spelen?’ Maar hierin ben ik zeker niet alleen. Hier helpen ook het decor, licht en de muziek aan mee. Al deze elementen samengaan het verhaal vertellen.

Alles is dus eigenlijk een grootse samenwerking?

Absoluut. Dat is denk ik ook de schoonheid van het vak.

En in hoeverre gaat dat alles in samenwerking met Eline? In hoeverre is er ruimte om eigen invullingen te doen?

Eline staat midden in het leven. Zij zet zichzelf, denk ik, graag uiteen met thema’s die nu spelen. In het geval van Tsjechov betekent dat dat stukken daarom bewerkt worden. Een bestaand verhaal heeft natuurlijk thema’s en karakters, maar deze vertellen in 1900 bijvoorbeeld iets heel anders dan nu. Eline zoekt daarom altijd wat een verhaal inhoudelijk voor haar en deze tijd betekent. Bij de Rechtvaardigen ontmoeten wij elkaar voor het eerst en dat klikte heel erg. In de zin dat wij in een gesprek in zekere zin ‘gewaagd zijn aan elkaar’. Ik vind het fantastisch hoe ook zij over kleding nadenkt en hoop natuurlijk dat zij dat andersom ook vindt. Voor mij is zij in ieder geval een hele prikkelende maker.

Eline haar stukken zijn inderdaad van origine vaak wat ouder en klassieker. Speelt het vinden van een moderne twist altijd een grote rol?

Ja, zeker. Eddy was, of is eigenlijk, vrij ‘jong’ wat betreft tekst. De schrijver, een jongvolwassen man, was ook op de première aanwezig. Dat is dus heel iets anders dan Tsjechov, het is geen repertoire. In Drie Zusters speelt het vinden van die twist dus een belangrijkere rol. Het stuk is echt gemaakt binnen een andere tijdsgeest. Het gaat over emancipatie, maar dat is niet genoeg. De vraag is hoe je de balans tussen het verhaal van toen en dat van nu vindt.

Weer even terug naar jouw specialiteit: waar is de liefde voor mode ontstaan?

Interessante vraag. Ik heb een modeopleiding gedaan op de kunstacademie. Daardoor gingen mijn bezigheden gelijk wel verder dan enkel kleding. In die tijd had ik eigenlijk niet eens per se veel interesse in mode, ik wilde het vooral zelf leren maken. De theateropleidingen hielden zich hier minder mee bezig, hier draait het natuurlijk om het geheel van licht, geluid, decor, noem maar op. Inhoudelijk vond ik bijvoorbeeld theatervormgeving en fotografie veel interessanter. Op mijn negentiende maakte ik al een eindwerkstuk genaamd ‘wat draagt het karakter’, of iets in die richting. 

Na mijn studie ben ik wel gelijk iets gaan doen in de mode. Omdat ik mannen aankleedde en dat was nog vrij schaars destijds. Maar toen zat ik uiteindelijk alleen in mijn kamertje pakken voor mannen te bedenken en ontwerpen. Toen kwam al snel het gevoel 'maar wacht, ik wilde toch een verhaal vertellen? Waar is de samenwerking?’ 

Wacht waar ging ik met dit verhaal ook alweer naartoe? 

*Aarzelt*

Oja, de liefde voor mode. Langzaam kwam ik erachter dat ik vooral verhalen wilde vertellen. Eigenlijk sinds een jaar of vijf à zes pas, begin ik een beetje te begrijpen wat mijn werk ook kan betekenen… Ik dacht altijd: ‘morgen komen ze erachter dat ik het helemaal niet kan’. Maar toen ik begon te accepteren dat ik het misschien nog niet per se super goed kan, maar wel genoeg aan het doen ben… Toen begon ik opeens echt enthousiast te worden over mode.

Hoe staat het er nu voor met de voorbereidingen voor Drie Zusters?

We hebben ons de afgelopen tijd door flink wat moeilijkheden gewerkt. Er zitten namelijk nogal wat verkledingen in dit stuk. Dit is niet per se interessant om op het podium te laten gebeuren, maar dit moet eigenlijk wel. De zussen zitten letterlijk vast op het podium. Ik moest daarom echt opzoek naar nieuwe inspiratie en die heb ik gevonden in shows van nu. Denk aan Viktor & Rolf en Comme des Garçons…

… een grote mix van vroeger en nu en hoge en lage cultuur dus?

Ja, zeker. En dat is wel echt een grote uitdaging.

Kun je een klein tipje van sluier geven?

In dit stuk vliegen we als het ware langs de vier feministische golven. Samen hebben we gekeken waar we nu staan, wat betreft feminisme. Er zijn natuurlijk veel stappen gemaakt, maar ergens staan we ook nog heel erg stil. We zitten als het ware nog te vaak vast in een oude mal en misschien durven we daarom ook nog niet te zijn wat we willen zijn. En als je dan door je oogharen heen naar dit stuk kijkt, dan zie je door middel van kleding dat we wel degelijk vooruitgaan in tijd; dat er verandering is, maar dat we nog altijd vast zitten. Letterlijk en figuurlijk…

Het klinkt alsof iedereen ondanks alles nog heel hard aan het werk is. Dit stuk gaat natuurlijk niet over Corona, maar kunnen jullie uitleggen wat dit alles voor jullie betekent? Laten we afsluiten met hoopvolle, inspirerende woorden voor deze tijd.

Wat ik nu al kan zeggen, wat ik continu voel: dit stuk gaat er komen en we gaan het nog heel erg vaak opvoeren. Er zit een hele sterke noodzaak in dit verhaal, in deze samenwerking. Juist in deze tijd is het zo belangrijk om verhalen te blijven vertellen, om gemeenschap te creëren. Of het nu draait om dans, zang of zoals wij doen. Het is noodzaak. Ik geloof in ieder land wel, maar ook echt in Nederland heerst nog te veel het idee dat kunst van ondergeschikt belang is. Een beetje alsof we het over een dure Chanel lipstick hebben. 

Maar uiteindelijk is er ook niet veel nodig om verhalen te vertellen. Ik zei laatst tegen Eline bijvoorbeeld, ook enkel een man met een rode neus op een plein kan verhalen vertellen. Het hoeft niet altijd allemaal zo bombastisch. Dat idee geeft mij hoop. Deze tijd zet mij en mijn werk echt op scherp, het zet mij aan om na te denken over nieuwe manieren om gemeenschap te creëren. Ook al moeten we nu nog even op een houtje bijten, ik heb nog altijd goede hoop voor de toekomst.